Jaarverslag 2021

Voorwoord

Net als in 2020 stond het onderzoeksjaar 2021 voor een belangrijk deel in het teken van corona. We begonnen het jaar zelfs met het uitbrengen van een rekenkamerbrief over de Covidmaatregelen van en binnen de Provincie Zeeland.

Corona beïnvloedde de werkzaamheden zeer. Thuiswerken was de norm in 2021 en vergaderingen en bijeenkomsten werden geannuleerd of vonden via videoverbinding plaats. Rekenkamerwerk werd soms bemoeilijkt door de maatregelen. Informele contacten, belangrijk voor het verkrijgen van informatie uit de organisatie waren er weinig. Aan de andere kant vergemakkelijkte het tijd- en plaats onafhankelijk werken de specifieke werkzaamheden van de Rekenkamer. Interviewafspraken lieten zich bijvoorbeeld veel eenvoudiger en kosten- en tijdsgunstiger inplannen.

Maar er was in 2021 meer dan enkel Corona. Zo bood de Rekenkamer een viertal onderzoeksrapporten aan PS aan en nog twee onderzoeken werden in 2021 opgestart.

En na acht jaar lid en later voorzitter van de Rekenkamer te zijn geweest besloot voorzitter mr. C.M. de Graaf per 31 december 2021 te stoppen bij de Rekenkamer. Aan hem werd door PS eervol ontslag verleend.  Ik volgde hem per 1 januari 2022 op als lid en voorzitter.

Inmiddels heb ik met velen van u, ook weer via de digitale weg, kennis gemaakt. In de prettige gesprekken met u hebben we een verscheidenheid aan onderwerpen opgehaald, waar we als Rekenkamer graag mee aan de slag gaan. Komend jaar hoop ik u met regelmaat fysiek op de abdij te mogen ontmoeten.

 

Graag tot dan.

 

Namens het bestuur van de Rekenkamer Zeeland,

 

mr. G.A.A. van Rijswijk - van Mook

Voorzitter

Inleiding

Conform het reglement van orde verantwoordt de rekenkamer Zeeland uiterlijk 1 april aan Provinciale Staten over de werkzaamheden en bestedingen met betrekking tot het voorgaande jaar.

De Rekenkamer Zeeland voert onafhankelijk onderzoek uit naar de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het door de Provincie Zeeland gevoerde beleid. Daarmee versterkt de Rekenkamer de kaderstellende en controlerende rol van Provinciale Staten. Het vergt voor Provinciale Staten veel tijd en deskundigheid om (beleids)onderzoek uit te voeren. Daarom ondersteunt de Rekenkamer hierbij met als doel om de rol van Provinciale Staten binnen het dualisme op Provinciaal niveau te versterken. De Rekenkamer Zeeland is onafhankelijk en bestaat uit een bestuur, een ambtelijk secretaris en medewerkers.

Meer hierover is te vinden op www.Rekenkamerzeeland.nl. Daar zijn ook alle opgeleverde onderzoeksrapporten te downloaden.

Onderzoek

In 2021 bood de Rekenkamer een viertal onderzoeken aan PS aan.  Twee onderzoeken werden in 2021 opgestart en zullen in 2022 aan PS worden aangeboden.

“Versterk de controlerende rol van Provinciale Staten bij stads- en streekvervoer”

De Provincie Zeeland is verantwoordelijk voor het stads- en streekvervoer over de weg in Zeeland. Hieronder vallen het lijnbusvervoer dat Connexxion in de provincie verzorgt, de Zeeuwse buurtbussen en de haltetaxi. De rekenkamer Zeeland onderzocht de doelmatigheid en doeltreffendheid van de Provinciale inzet en financiële middelen die daarmee samengaan.

bus zeeland

De hoofdvraag van het onderzoek was of de Provincie de doelen in de praktijk realiseerde vanaf 2015 met betrekking tot vraaggerichtheid, verbondenheid, maatschappelijkheid en duurzaamheid. Ook is gekeken welke lessen er zijn te trekken voor de toekomst op basis van de analyse.

Hoofdconclusie:

De rekenkamer geeft geen totaaloordeel in het rapport. Het ontbreekt aan een normatief kader op specifieke onderdelen. De belangen die samengaan met de gestelde doelen, kunnen met elkaar strijdig zijn. Als onafhankelijk orgaan, is het niet aan de rekenkamer om een positie in te nemen in een debat daarover. Het onderzoek brengt indicatoren in beeld, maar onthoudt zich van de weging daarvan als normen daarvoor niet bestuurlijk zijn vastgesteld. Dat is aan de politiek en is onderdeel van een goed samenspel tussen Gedeputeerde en Provinciale Staten, stelt de rekenkamer. Over dat samenspel is de rekenkamer kritisch. Naar het oordeel van de rekenkamer is verantwoording een zorgpunt en was evaluatie onvoldoende.

Vraaggerichtheid

Het aanbod aan busvervoer dient aan te sluiten op de vraag van de reizigers. Bussen mogen in Zeeland niet (te) leeg rondrijden, maar Provinciale Staten blijken geen kwantitatieve normen gesteld te hebben voor vraaggerichtheid. In het rekenkamerrapport zijn gegevens opgenomen over hoe vol de bussen in Zeeland zijn, hoe zich dat verhoudt tot de kosten en hoe betrokken partijen de dienstregeling van het busvervoer in de praktijk aan laten sluit op de reisvraag. De rekenkamer oordeelt dat Gedeputeerde Staten duidelijk hebben gestuurd om de vraaggerichtheid van het stads- en streekvervoer op de weg. Ten tijde van de aanbesteding van de huidige concessie deed Connexxion adequaat vervoerskundig onderzoek. Het lijnennet werd vraaggericht opgebouwd. Er is hoofdzakelijk een kernnet in de praktijk dat de reiziger bedient. Waar nodig wordt dat aangevuld met scholierenlijnen en spitslijnen om pieken in de vraag te ondervangen. Gedurende de huidige concessie werden reizigersstromen gemonitord en werd er bijgestuurd als blijkt dat de reisvraag anders blijkt dan van tevoren werd ingeschat. Dat is conform het Provinciale beleid. Wat wel afwijkt van het beleidskader, is het beperkte spitsnet dat in Zeeland tot ontwikkeling is gekomen. Ook is het niet gelukt om een succesvol toeristennet te ontwikkelen.

Verbondenheid

Er dienen snelle, directe en relevante verbindingen te zijn, zowel binnen Zeeland als met aangrenzende regio’s, maar Provinciale Staten blijken geen kwantitatieve normen gesteld te hebben voor verbondenheid. Het rekenkameronderzoek brengt in beeld wat de gemiddelde reistijden zijn tussen de belangrijkste kernen in Zeeland. Daarnaast is inzicht geboden in de verbindingen met aangrenzende regio’s. De rekenkamer concludeert dat bij de uitwerking van de ambities in de praktijk de focus in mindere mate gelegen heeft op de snelheidsambitie. Met uitzondering van het scholierenvervoer, werden er geen concrete inspanningsdoelen geformuleerd. De snelheid van verbindingen speelde in de gunningsprocedure geen expliciete rol van betekenis. De verbondenheid met aangrenzende regio’s nam niet toe. In de beginjaren van de concessie lag de focus op andere doelen, met name het optimaliseren van knelpunten in de dienstregeling. Tegelijkertijd ziet de rekenkamer de aandacht voor snelheid van verbindingen wel toenemen gaandeweg de onderzoeksperiode.

Maatschappelijkheid

Zeeuwen die van het stads- en streekvervoer afhankelijk zijn moeten volledig kunnen participeren in de samenleving. Het onderzoek geeft inzicht ter indicatie in de bereikbaarheid van de Zeeuwse gemeentehuizen en ziekenhuizen. De rekenkamer oordeelt dat de vervoersgarantie die Provinciale Staten voorafgaand aan de concessie wilden bereiken, in de praktijk in hoge mate wordt gerealiseerd. De haltetaxi functioneert adequaat. De toegankelijkheid voor mensen met een functiebeperking is wisselend in de praktijk. De ingezette voertuigen, met uitzondering van de buurtbus, voldoen aan de doelstelling. Het percentage bushaltes dat toegankelijk moet zijn voldoet in Zeeland niet aan de norm. De Provincie is hiervoor niet alleen primair verantwoordelijk. Dat zijn de wegbeheerders, waar de Provincie Zeeland er één van is. Wat betreft de bushaltes langs Provinciale wegen blijken deze voldoende toegankelijk in het licht van de 40% norm. Richting andere wegbeheerders heeft de Provincie een aanjaagfunctie. Daar wordt middels een subsidieregeling invulling aan gegeven. Tot slot onderzocht de rekenkamer de tariefstelling van de bus en haltetaxi. De tariefstijging in de onderzoeksperiode voldeed aan het plafond dat Provinciale Staten stelden in het beleid.

Duurzaamheid

De CO2-footprint van de bussen in Zeeland is relatief laag ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Dat komt, doordat er relatief veel gereden wordt met aardgasbussen, in plaats van dieselbussen die het meest voorkomen in Nederland. De emissievrije bus is aan een sterke opmars bezig in Nederland, maar in Zeeland zijn er nog 0. Dit gaat waarschijnlijk wel veranderen in de nabije toekomst. Gedeputeerde Staten zijn met Connexxion in gesprek voor een pilot met 10 elektrische bussen in de omgeving Goes. Provinciale Staten hebben geen kwantitatieve normen gesteld aan de CO2-footprint. Daarom wordt de footprint van het busvervoer in Zeeland door de rekenkamer niet getoetst aan een norm.

Lessen voor de toekomst

De rekenkamer is kritisch over de monitoring, bestuurlijke verantwoording en evaluatie door Gedeputeerde Staten in de onderzochte periode. In de beleidsvorming tot dusver wordt ervan uitgegaan dat het gebruik van het stads- en streekvervoer daalt, maar de cijfers die de rekenkamer analyseerde onderbouwen dat beeld niet. Tot aan de corona-epidemie bleef het gebruik min of meer stabiel. De vraag is natuurlijk in hoeverre reizigers weer terugkeren zoals voor de pandemie het geval was. Des te meer is monitoring en evaluatie in de toekomst belangrijk. Een ander zorgpunt is een beperkt zicht op financiële consequenties van beleidswijzigingen. De businesscase van de huidige busconcessie was voor de corona-epidemie vooral een zaak en zorg van Connexxion. Dat verandert als de Provincie samen met gemeenten volgens plan de ontwikkelfunctie en mogelijk ook de opbrengstverantwoordelijkheid naar zich toe trekt in de toekomst. Het is belangrijk om goede vervoerskundige analyses en pilots uit te voeren ter onderbouwing van wijzigingen van de mobiliteitsmix oordeelt de rekenkamer. De rekenkamer geeft ook aan dat de Provincie zich niet te snel rijk moet rekenen met extra inkomsten als gevolg van het versnellen van busverbindingen door minder haltes aan te doen. Dat is weliswaar voor een groep reizigers aantrekkelijk, maar gaat tevens ten koste van de nabijheid van het lijnbusvervoer wat ook weer reizigers kan gaan kosten. Een dagelijkse verbinding naar Gent zoals de provincie graag wil, is alleen mogelijk als hiervoor ook expliciet geld wordt uitgetrokken. Om de fietsstallingsmogelijkheden te verbeteren bij bushaltes is proactief beleid belangrijk. 

Bestuurlijke behandeling
De rekenkamer gaf op 26 maart 2022 een technische presentatie aan leden van Provinciale Staten. Het onderzoeksrapport werd besproken in de vergadering van de Statencommissie Strategische Opgaven van  9 april 2021.

Provinciale Staten besloten op 10 juni 2021 gelezen het voorstel van het presidium van 31 mei 2021 om:

  • Gedeputeerde Staten op te dragen een voorstel te doen waarmee de informatiepositie

van Provinciale Staten met betrekking tot de strategische opgave Slimme Mobiliteit

expliciet wordt gemaakt en dat aan Provinciale Staten voor te leggen voor debat;

  • Gedeputeerde Staten als kader de geformuleerde lessen mee te geven om te betrekken

bij de uitwerking van de strategische opgave Slimme Mobiliteit;

Het volledige onderzoeksrapport met alle conclusies en aanbevelingen is via deze link te vinden op de website van de rekenkamer.

“Gevolgen Covid-19 op het bestuurlijk proces, reconstructie en analyse”

De Provincie Zeeland had in maart 2020, bij het begin van de coronacrisis, geen plan voor de democratische gevolgen van een pandemie. De Zeeuwse draaiboeken waren, net als in de rest van Nederland vooral geënt op het omgaan met voorzienbare risico’s. Voor het doorgang vinden van het bestuurlijk proces tussen Gedeputeerde Staten (GS) en Provinciale Staten (PS) in Zeeland en voor het (mede) opvangen van de maatschappelijke gevolgen van de pandemie, werd naarstig op zoek gegaan naar oplossingen.

Illustratieve foto.

Reconstructie

De Rekenkamer Zeeland voerde een korte verkenning uit naar de besluitvorming en informatie-uitwisseling tussen Gedeputeerde Staten (GS) en Provinciale Staten (PS) ten tijde van de eerste golf van Covid-19 en naar de getroffen coronamaatregelen en effecten als gevolg daarvan. Een ingelast onderwerp dat brede steun had in de Programmaraad.

Rekenkamerbrief

Het eindresultaat van deze verkenning is vervat in een beknopte rekenkamerbrief met daarin tevens een aantal overwegingen voor PS. Deze overwegingen zijn gebaseerd op de bevindingen uit het onderzoek en door de Rekenkamer opgetekende ervaringen van Staten- en commissieleden.

Tijdlijn

Aan de hand van relevante momenten gedurende de ontwikkeling van de coronapandemie (in Zeeland) is een tijdlijn van gebeurtenissen en (bestuurlijk) handelen gemaakt die loopt van het begin van de pandemie tot maart 2021. Deze tijdlijn vormt de basis voor de reconstructie en de analyse die daaruit voortkwam.

Analyse Rekenkamer

Uit de reconstructie van de Rekenkamer Zeeland blijkt dat sinds de 1e coronagolf de reguliere fysieke informatie- en besluitvormingsbijeenkomsten vanaf 13 maart 2020 tijdelijk zijn stopgezet waardoor de kaderstellende en controlerende rol van PS niet konden worden uitgevoerd.

De wettelijke rolinvulling door PS is na de totstandkoming van de wet Digitale Beraadslaging en Besluitvorming van 8 april 2020, in de loop van april 2020 weer (digitaal) opgepakt met technische voorzieningen voor de beeld- en oordeelsvorming, en vanaf eind april weer met besluitvormende Statenvergaderingen.

Prioritering van dossiers liep via de agendacommissie en het Presidium waar alle fracties in zijn vertegenwoordigd. Eind mei 2020 en begin juli 2020 is met extra vergaderingen de achterstand in de bestuurlijke positie grotendeels ingehaald. Over de uitstel van een aantal dossiers bestond consensus met GS.

Een wezenlijke betrokkenheid van PS in de totstandkoming van coronasteunmaatregelen van de Provincie dan wel in de intentie van de toewijzing van de rijks-matchingsregel aan de vitale regionale culturele infrastructuur in de eerste golf ontbrak; weliswaar vond dit binnen de (abstract geformuleerde) begrotingsdoelstellingen 2020 plaats, maar PS vonden zich aan de zijlijn staan. Administratief zijn de mutaties met de Zomerbrief 2020 / Najaarsnota 2020 gerepareerd en verantwoord.

De wettelijke bevoegdheden voor het nemen van (toegangs)maatregelen van de Veiligheidsregio Zeeland hadden ingrijpende (economische) gevolgen waar zowel GS als PS geen invloed op hadden, en ook niet op de grensmaatregelen die door België werden getroffen. Bij het uitbreken van de coronapandemie had de veiligheidsregio weliswaar een dergelijke pandemie opgenomen in haar risicoscenarios. Deze voorzagen echter niet in een langdurig effect op economische sectoren en op het functioneren van de overheid.

Handvatten

In algemene zin bleek begrip voor de kortstondige gang van zaken; voor de toekomst kan evenwel in overweging worden genomen aan GS te verzoeken om:

  1. De rol van PS te verstevigen in een draaiboek crisissituaties. Een draaiboek dat niet alleen op het voorspelbare ingaat, maar ook op ‘onvoorstelbare’ crises. De voorwaarden, in de vorm van voorzieningen voor de doorgang van het democratische proces moeten daarin worden gecreëerd.
  2. Bij de Rijksoverheid, al dan niet in IPO-verband, aan te dringen op de ontwikkeling van wettelijke kaders voor het bestuurlijk proces in ‘onvoorstelbare crises’.
  3. Een eenvoudige beslisprocedure en/of procesafspraken GS/PS te maken voor een crisisbudget zodat bij acute crisissituaties waarbij snel (financieel) handelen nodig is, PS toch geconsulteerd kunnen worden.
  4. De rol van de Veiligheidsregio Zeeland bij deze langdurige crisissituatie te evalueren.

Bestuurlijke behandeling
De rekenkamerbrief werd besproken in de Statenvergadering van 23 april 2021. Op 28 mei 2021 kwam deze brief terug op de agenda van de Statencommissie Bestuur.

De rekenkamerbrief is via deze link te vinden op de website van de rekenkamer.

“Voldoende adequaat en goed leesbaar inzicht in de financiële positie”

De rekenkamer Zeeland voerde een quick scan uit naar de financiële kengetallen in de jaarstukken 2020. Deze quick scan geeft antwoord op de volgende centrale vraag:

Geven de vijf financiële kengetallen en de toelichting daarop in de jaarstukken 2020 Provinciale Staten een adequaat en goed leesbaar inzicht in de financiële positie van de Provincie Zeeland?

Gelet op de analyse die is verwoord in de bief trekt de rekenkamer de volgende conclusies als antwoord op de centrale vraag.

indicatoren financiën

Conclusie 1

De verantwoording over de vijf financiële kengetallen in de jaarstukken 2020 bieden Provinciale Staten in voldoende mate een adequaat en leesbaar inzicht in de financiële positie van de Provincie Zeeland. Verbeterpotentieel voor de toekomst is aanwezig in de wijze van presentatie. Een meer beeldende presentatie en een vergelijking met andere Provincies op basis van actuele cijfers kan de controlerende rol van Provinciale Staten verder versterken.

Conclusie 2

Provinciale Staten hebben geen eigen kader vastgesteld voor de vijf financiële kengetallen. De jaarstukken 2020 vergelijken de ratio’s met signaalwaarden die zijn opgenomen in het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader. Dat vergroot het inzicht over de financiële positie van de Provincie voor de leden van Provinciale Staten en helpt hen om beleidsvragen te adresseren. Een eigen Zeeuws Provinciaal kader voor de financiële kengetallen kan dat inzicht mogelijk verder verbeteren.

Conclusie 3

De controlerende rol van Provinciale Staten bij de financiële positie van de Provincie Zeeland is in de afgelopen jaren versterkt. Er zijn door de Provincie eigen kaders met normen gesteld voor de ratio algemene reserve en de ratio weerstandsvermogen. Provinciale Staten hebben voor de vijf financiële kengetallen vooralsnog geen normen gesteld. Mogelijk versterken normen voor deze kengetallen de controlerende rol van Provinciale Staten verder.

Conclusie 4

Statenleden worden niet alleen geïnformeerd over de financiële positie in de begroting en jaarstukken, maar ook op andere relevante momenten. Mogelijk kan het vaker rapporteren over de financiële kengetallen bijdragen aan het verder verbeteren van de controlerende rol van Provinciale Staten. Bijvoorbeeld bij majeure investeringsvoorstellen en/of andere producten in de P&C cyclus.

Aanbevelingen

De Rekenkamer doet op grond van haar analyse en conclusies aan Provinciale Staten de volgende drie aanbevelingen.

Aanbeveling 1

Geef Gedeputeerde Staten opdracht om in de toekomst bij de presentatie van de kengetallen gebruik te maken van een meer beeldende presentatie en actuele informatie over de prestaties van andere Provincies.

Aanbeveling 2

Stel een kader vast voor de vijf financiële kengetallen en overweeg daarbij in debat met Gedeputeerde Staten om daarvoor normen als streefwaarden op te nemen.

Aanbeveling 3

Overweeg om bij de kaderstelling als genoemd in aanbeveling 1 afspraken te maken met Gedeputeerde Staten over aanvullende verantwoording over de financiële kengetallen in de overige producten binnen de P&C cyclus en/of bij voorstellen met significantie impact voor de Provincie.

Bestuurlijke behandeling
De rekenkamerbrief werd besproken in de Audicommissie van 27 mei 2021 en gevoegd bij de stukken voor de behandeling van de jaarstukken 2020 door Provinciale Staten op 10 en 11 juni 2021.

De rekenkamerbrief is via deze link te vinden op de website van de rekenkamer.

“Provinciale Staten is nu nog onvoldoende in staat is om effectief sturing te geven aan de Zeeuwse woonmarkt, maar verbetering is in aantocht.”

De rekenkamer Zeeland onderzocht het woonbeleid van de Provincie Zeeland. Dat met het oog op de invoering van de nieuwe Omgevingswet per 1 juli 2022. Uit dat onderzoek ontstaat een gemengd beeld.

Meerlaagse woningen in Terneuzen

 

 

Aanleiding

Provincies hebben, samen met de gemeenten en andere organisaties verschillende taken en verantwoordelijkheden op gebied van wonen. De Provincie Zeeland kent regelingen, doelstellingen, samenwerkingsverbanden en wettelijke taken met betrekking tot de woningmarkt. Provincies  kunnen door middel van het woonbeleid invulling geven aan hun rol en hebben daarvoor  verschillende mogelijkheden.

Doelstelling

De doelstelling van dit onderzoek door de Rekenkamer Zeeland, dat de huidige bestuursperiode (2019-2023) als focuspunt neemt, is tweeledig:

Gegeven de invoering van de nieuwe Omgevingswet per 1 juli 2022 wilde de Rekenkamer de Zeeuwse  woonmarkt, met daarbij de rol en positie van de Provincie, en in het bijzonder die van PS inzichtelijk maken.  Bijzondere aandacht was er daarbij voor landelijke en Zeeland-specifieke ontwikkelingen en onderscheiden op  de Zeeuwse woonmarkt. In het verlengde van dit te verschaffen inzicht ging de Rekenkamer na welk (beleids)instrumentarium de Provincie Zeeland ter beschikking heeft voor het realiseren van de beleidsdoelstellingen op gebied van wonen. En hoe doeltreffend en doelmatig deze instrumenten ingezet worden. De planning van dit onderzoek was erop gericht dat de uitkomsten daarvan door PS betrokken kunnen worden bij de verdere besluitvorming over de Zeeuwse Omgevingsvisie en de verdere implementatie daarvan.

Centrale vraag

Beschikt Provinciale Staten over een beleidsinstrumentarium waarmee de Provincie (in het bijzonder PS) aantoonbaar effectief sturing kan geven aan de Zeeuwse woonmarkt?

Hoofdconclusie

De actievere en veranderende rol van de Provincie in het woonbeleid dient zich aan als een voorbode van een effectiever woonbeleid van de Provincie. Maar beleidsinstrumenten als de Zeeuwse Woonagenda en het Voorontwerp Zeeuwse Omgevingsvisie zijn nog in ontwikkeling. Een instrument als PIW (Provinciale Impuls Wonen) is naar het oordeel van de Rekenkamer onvoldoende krachtig gelet op de grote opgaven voor Zeeland.

Aanbeveling

De Rekenkamer beveelt aan om de rol van de Provincie op de woonmarkt te verstevigen. Aan de hand van de Zeeuwse Woonagenda en de Omgevingsvisie dienen daarvoor de instrumenten te worden ontwikkeld. Het onderzoeksrapport bevat de nodige handvatten om hier verder vorm aan te kunnen geven. Wel dient de Provincie daartoe de nodige financiële middelen vrij te maken.

Bestuurlijke behandeling

Op 26 november 2021 en 28 januari 2022 werd het onderzoeksrapport besproken in de samengevoegde vergadering van de Statencommissie Ruimte en de Statencommissie Economie. Op 11 februari 2022 vond de behandeling in PS plaats.

Het volledige onderzoeksrapport met alle conclusies en aanbevelingen is via deze link te vinden op de website van de rekenkamer.

 

 

 

 

In 2021 is de Rekenkamer gestart met een onderzoek naar de inzet van de Provincie bij de landbouwtransitie.

De rekenkamer legt de focus in dit onderzoek op de doelrealisatie van alle instrumenten die de Provincie Zeeland inzet met betrekking tot de landbouwtransitie. Het gaat om netwerksturing, lobby, regelgeving en het subsidie-instrument, deels gefinancierd uit eigen middelen, deels met Europees geld. De focus ligt op de Provinciale rol en hoe deze wordt ingevuld, waarbij de rekenkamer ermee bekend is dat de landbouw en de beoogde transitie beïnvloed wordt door allerlei autonome ontwikkelingen waar het Provinciale beleid geen invloed op heeft.

tractor Noord-Beveland

De hoofdvraag van het onderzoek luidt:

Wat is de realisatie van de landbouwtransitiedoelstelling van de Provincie Zeeland gelet op de sturing door Provinciale Staten, uitvoering van het beleid door Gedeputeerde Staten en inzicht in relevante indicatoren?

Planning

De oplevering van het onderzoeksrapport is voorzien voor het zomerreces van 2022.

De startnotitie van dit onderzoek is via deze link te vinden op de website van de rekenkamer.

In 2021 is de Rekenkamer gestart met een onderzoek naar de uitkomsten en adviezen van de commissie Balkenende en de besteding van de Balkenendegelden. Deze maakten onderdeel opgenomen waren in het adviesrapport 'Zeeland in stroomversnelling' uit 2016.

Onder de titel 'Stroomversnelling' gaat na of  de uitkomsten en adviezen van de commissie Balkenende Zeeland in stroomversnelling brachten.

Schepen in de monding van de Westerschelde

 

De hoofdvraag van het onderzoek luidt:

Brachten de uitkomsten en adviezen van de commissie Balkenende Zeeland in stroomversnelling?

Planning

De oplevering van het onderzoeksrapport is voorzien voor het tweede kwartaal van 2022.

De startnotitie van dit onderzoek is via deze link te vinden op de website van de rekenkamer.

 

 

 

 

Bedrijfsvoering Rekenkamer Zeeland

Bij aanvang van 2021 was de voorzitter van de Rekenkamer Zeeland de heer mr. C.M. de Graaf . De overige leden van het bestuur zijn de heer drs. H.J.W. Verdellen en mevrouw T. Groenendijk-de Vos MA.

Provinciale Staten hebben de heer de Graaf per 31 december 2021 op zijn verzoek eervol ontslag verleend als lid en voorzitter van de Rekenkamer Zeeland.

Provinciale Staten besloten op 17 december om mevrouw mr. G.A.A. van Rijswijk - van Mook te benoemen als nieuwe  voorzitter van de Rekenkamer Zeeland.

De secretaris van de Rekenkamer is de heer drs. A. Maas.

De ambtelijke bezetting van de Rekenkamer bestaat verder uit de heer drs. ing. M.L.M. Dobbelaer (onderzoeker) en mevrouw E.E.I.A. Dombi (secretariële ondersteuning).

De Programmaraad van de Rekenkamer fungeert als klankbord om ons werk zo effectief mogelijk te laten aansluiten bij de behoeften van Provinciale Staten. De Programmaraad fungeert zodanig als spreekbuis van Provinciale Staten.

In 2021 bestond de Programmaraad uit de volgende leden van Provinciale Staten:

G.W.A. Temmink (voorzitter)

E.E.P.M. Heerschop

ir. J.H. Verburg

D. de Clerck

M.J.J. Janssens

 

Het secretariaat van de Programmaraad wordt gevoerd door de Rekenkamer. Een vertegenwoordiger vanuit de Statengriffie neemt deel aan de bijeenkomsten van de Programmaraad.

 

Conform het reglement van orde stuurt de Rekenkamer Zeeland ieder jaar in december het onderzoeksplan voor het nieuwe jaar ter kennisneming naar Provinciale Staten en het college van Gedeputeerde Staten.

De inventarisatie van nieuwe onderzoeksonderwerpen wordt voorbereid door de Rekenkamer. Onder andere door in gesprek te gaan met de diverse Statenfracties en met de Auditcommissie. Vervolgens wordt de groslijst aan onderzoeksonderwerpen besproken in de Programmaraad.

Omdat de Rekenkamer haar nieuwe voorzitter wilde betrekken bij het opstellen van het onderzoeksprogramma 2022 werd in 2021 deze ronde langs de fracties pas uitgevoerd in  januari en februari 2022.

 

 

Samen met de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissies (NVRR) en de gemeentelijke rekenkamers in Zeeland is de Rekenkamer Zeeland betrokken bij de rekenkamerkring Zeeland. Ongeveer twee keer per jaar komen de Zeeuwse rekenkamers bijeen om kennis en ervaringen uit te wisselen. 

In 2021 echter vonden deze bijeenkomsten vanwege de coronamaatregelen niet plaats.

De Rekenkamer Zeeland voert op regelmatige basis overleg met de andere Provinciale Rekenkamers in Nederland. Naast de Rekenkamer Zeeland betreft dat de Randstedelijke Rekenkamer (Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht en Flevoland), de Zuidelijke Rekenkamer (Noord-Brabant en Limburg), de Rekenkamer Oost Nederland (Gelderland en Overijsel) en de Noordelijke Rekenkamer (Drenthe, Groningen en Fryslân). Doel van dit P5-overleg is het uitwisselen van kennis en ervaringen. In een aantal gevallen werd ook samen opgetrokken in gezamenlijke onderzoeken zoals in het onderzoek naar engergietransitie uit 2018.

Het jaarlijkse vaste budget van de Rekenkamer bedraagt (peil Provinciale begroting 2021) € 321.000. Daarbovenop werd vanuit 2020 € 31.000 aan niet aangewend onderzoeksbudget naar 2021 overgeheveld.

Van dat totaalbudget van € 352.000 werd door de Rekenkamer in 2021 € 310.000 aangewend.

Keuzes ten aanzien van de afronding van onderzoeken uit 2020  en de uitvoering van het onderzoeksprogramma 2021 maakten dat in 2021 niet het gehele onderzoeksbudget door de Rekenkamer werd aangewend.

Voor de niet bestede middelen van het onderzoeksbudget Rekenkamer wordt via het bestedingsvoorstel van Gedeputeerde Staten bij de Provinciale Jaarrekening 2021 ( juni 2022) aan Provinciale Staten verzocht om € 36.000 als onderzoeksbudget te herbestemmen uit het jaarrekeningresultaat 2021 en over te hevelen naar 2022. De resterende vrijval betreft salarisbudget dat, conform gemaakte werkafspraken niet voor overheveling in aanmerking komt.

Provinciewet

Provincies zijn op grond van de Provinciewet verplicht om een rekenkamer te hebben. Lees meer hierover via deze link.

Verordening Rekenkamer Zeeland

De inrichting van de Rekenkamer Zeeland is vastgelegd in een Verordening. Lees meer hierover via deze link.

Reglement van orde

De gang van zaken in en om de Rekenkamer Zeeland is vastgelegd in het Reglement van Orde. Lees meer hierover via deze link.