Op 14 maart 2008 hebben Provinciale Staten de nieuwe, gewijzigde aanpak van het promotiebeleid vastgesteld met de startnota "Promotie van Zeeland. Nieuwe verbindingen in de promotie van Zeeland". Drie jaar na de besluitvorming over de nieuwe aanpak van het promotiebeleid en aan de vooravond van een nieuwe beleidsnota voor de periode 2013-2015, heeft de Rekenkamer conform haar meerjarenonderzoeksprogramma 2009-2011 onderzoek uitgevoerd naar dit beleid. Het onderzoek richt zich in hoofdzaak op het algemene promotiebeleid en de stimulering vanuit het algemene promotiebeleid van de cross-sectorale promotie. Download hier het hele rapport deel 1 bestuurlijk rapport of deel 2 nota van bevindingen of lees hieronder het hele persbericht Rekenkameronderzoek provinciaal promotiebeleid gepresenteerd Promotiebeleid Provincie Zeeland: op weg naar samenhang De Rekenkamer Zeeland deed in de periode van vorig jaar september tot januari van dit jaar onderzoek naar het promotiebeleid van de provincie Zeeland vanaf 2000 tot heden. De rekenkamer concludeert dat het promotiebeleid bij de provincie professioneel wordt opgepakt en tot positieve resultaten leidt. Dit neemt niet weg dat het onderzoek aanknopingspunten voor verbetering aandraagt voor Provinciale Staten. De Rekenkamer biedt met dit beschrijvende onderzoek voor Provinciale Staten (PS) inzicht in de rol en het functioneren van de provincie in de promotie van Zeeland, de haalbaarheid van geformuleerde doelstellingen en de inzet van middelen. Hiertoe is de volgende hoofdvraag geformuleerd: Is de provincie met het algemene promotiebeleid zoals het nu is vastgelegd erin geslaagd (meer) 1. Samenhang te creëren in het door de provincie gevoerde promotiebeleid; 2. Samenwerking te stimuleren tussen de diverse sectoren in de promotie van Zeeland; 3. Zeeuwse organisaties, bedrijven en inwoners meer te betrekken bij de promotie van de provincie?

Eindconclusie

Het onderzoek leidt tot de volgende eindconclusie: De provincie is er gedeeltelijk in geslaagd samenhang te creëren in het promotiebeleid. Het werken met de DNA-aanpak is steeds meer terug te vinden, maar wordt nog niet in alle vormen van sectorale promotie toegepast. Samenwerking tussen diverse sectoren in de promotie van Zeeland is niet aangetroffen. De samenwerking beperkt zich tot nog toe tot bilaterale samenwerkingsverbanden tussen de provincie en actoren. Het werken met de DNA-aanpak betrekt Zeeuwse organisaties en bedrijven in toenemende mate bij de promotie van Zeeland: de 'olievlek' breidt zich langzaam uit. Concrete betrokkenheid van inwoners bij de promotie van Zeeland is niet aangetoond.

Land in Zee

In het collegeprogramma Stuwende krachten voor 2011-2015 schrijven GS dat de promotie in samenwerking met partners integraler moet. Er zijn nu te veel afzonderlijke initiatieven, waarbij (een Zeeuwse) samenhang mist en sprake is van (kosten)inefficiëntie. Het college wil verder bouwen op de DNA-aanpak en kiest hierbij voor het maken van de stap naar de volgende fase: de promotie van Zeeland buiten Zeeland. Eind 2011 hebben GS in een voortgangs-rapportage een aanzet daartoe gegeven, waarbij drie speerpunten zijn benoemd: 1. Zeeland op de kaart als vestigingsregio (wonen, werken en ondernemen) 2. Zeeland op de kaart als toeristische bestemming 3. Zeeland op de bestuurlijke kaart van Den Haag en Brussel

Aanbevelingen

De aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek richten zich op het beleid voor de algemene promotie van Zeeland zoals dat gekenmerkt wordt door het Zeeuwse DNA. De Rekenkamer beveelt aan om de promotieaanpak te evalueren in de praktijk met de interne en externe gebruikers van het DNA. Wat zijn succes- en faalfactoren van de promotieaanpak en wat is er nodig om het draagvlak in de samenleving voor deze aanpak verder te verbreden en te behouden? De reden om bij de evaluatie (ook) de gebruikers van het Zeeuwse DNA te raadplegen, is omdat er geen concrete parameters zijn vastgesteld in een communicatieplan en meerjarenaanpak waaraan de resultaten c.q. effecten van het beleid te toetsen zijn. De Rekenkamer beveelt voorts aan om op basis van de uitkomsten van deze evaluatie een nieuwe meerjarige uitvoeringsnota op te stellen, met daarin concrete doelen, zodat ook PS het proces daadwerkelijk kunnen volgen en bij evaluatie inzichtelijk gemaakt kan worden welke factoren maken dat de promotieaanpak wel of geen effect heeft. In deze fase van het beleidsproces kunnen PS hun kader stellende rol vervullen. De Rekenkamer beveelt aan om inhoudelijk en financieel over de voortgang en de resultaten van de promotieaanpak kort en bondig verantwoording af te leggen in de jaarstukken of desgewenst in een aparte voortgangsnota. Dit geeft PS de gelegenheid om jaarlijks het beleid te controleren en desgewenst bij te sturen.

Wat leveren deze aanbevelingen op?

De doelen van het promotiebeleid worden expliciet gemaakt en daarmee toetsbaar.
 Ad-hoc uitvoering van het beleid wordt voorkomen.
 De kosten en de baten van het beleid worden inzichtelijk.
 De communicatie tussen GS en PS over het promotiebeleid wordt gestructureerd.