Programma 2012

Conform het reglement van orde stuurt de Rekenkamer Zeeland ieder jaar in december het onderzoeksplan voor het nieuwe jaar ter kennisneming naar Provinciale Staten en het College van Gedeputeerde Staten. Alle statenfracties dragen onderwerpen aan voor onderzoek door de Rekenkamer, die opgenomen worden in een groslijst. Met de programmaraad is de groslijst besproken. Drie onderwerpen kwamen naar voren die in 2012 actueel waren en waarover bij statenleden behoefte bestond aan nadere informatie.

Vervoer en mobiliteit

Het provinciaal beleidsplan openbaar vervoer Zeeland vormt de basis voor onder andere de aanbestedingen van nieuwe openbaar vervoerconcessies in Zeeland. Op 1 augustus 2012 lopen de concessies met Connexxion voor Noord-Zeeland en met Veolia voor Zeeuws-Vlaanderen af. De provincie is voornemens deze concessies met twee jaar te verlengen, zodat er in 2014 voor Zeeland één concessie voor de hele provincie kan worden afgesloten (inclusief de fast-ferry Vlissingen-Breskens). Onderzoek van de Rekenkamer wil zich richten op de aflopende concessies en inzicht bieden in de factoren die van belang zijn bij het afsluiten van een nieuwe OV-concessie voor Zeeland.

Vergunningverlening en handhaving

Op 27 mei 2011 hebben de 13 Zeeuwse gemeenten, de provincie Zeeland en waterschap Scheldestromen een bestuursovereenkomst getekend voor het oprichten van de Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zeeland. De provincie heeft de regie bij de vorming van de RUD. De RUD moet formeel per 1 april 2012 opgericht zijn en gaat vanaf 1 januari 2013 taken uitvoeren op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) voor onderdelen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet milieubeheer. De Rekenkamer is voornemens onderzoek te doen naar de vraag of het aannemelijk is dat de organisatie, die medio 2012 is opgeleverd, daadwerkelijk de beoogde resultaten kan gaan boeken.

Organisatieontwikkeling

De onderzoeksbureaus Lysias en Cebeon hebben onderzoek gedaan naar de structuur en de omvang van de provinciale organisatie in relatie tot het takenpakket dat door de provincie ten doel is gesteld. Eind maart nemen Gedeputeerde Staten een definitief besluit over hoe de nieuwe provinciale organisatie eruit zal komen te zien en het bijbehorende plan hoe daar te komen. De Rekenkamer wil Provinciale Staten ondersteuning bieden bij de besluitvorming hierover.

Wanneer de tijd en de middelen dit toelaten wil de Rekenkamer tussen bovengenoemde onderzoeken door twee kleine onderzoeken verrichten, die wij ook in een andere vorm willen presenteren dan in de vorm van een onderzoeksrapport.

Wij hebben inmiddels veel ervaring opgedaan met het zoeken naar en vinden van informatie. De Rekenkamer constateert in het merendeel van zijn onderzoeken dat er veel informatie beschikbaar is, maar dat die versnipperd is en verspreid over de organisatie. Wij willen een onderzoek uitvoeren naar de informatiestro(o)m(en) naar Provinciale Staten.

Uit de programmabegroting 2012 is af te leiden dat Provinciale Staten deze statenperiode een aantal nieuwe beleidsnota’s voorgelegd zullen krijgen. Het College van Gedeputeerde Staten geeft in het collegeprogramma “Stuwende krachten” aan dat het college meer ruimte en aandacht wil geven aan het dualisme, waarbij PS de kaders stellen en de uitvoering van het collegebeleid controleren. De Rekenkamer wil hieraan een bijdrage leveren door een handreiking maken welke criteria statenleden kunnen hanteren bij het beoordelen van nieuwe beleidsnota’s, zodat zij hun kaderstellende rol kunnen vervullen.

De wijze waarop deze onderzoeken worden ingevuld bespreken we met de programmaraad. We bespreken de onderzoeksvragen die de Rekenkamer stelt en de planning van het onderzoek. Aan het begin van een onderzoek (maar ook lopende een onderzoek) kan de rekenkamer de leden van de commissie waar het desbetreffende onderzoek onder valt, uitnodigen voor een gesprek. In een dergelijk gesprek toetsen we welke concrete vragen en behoeften bij de statenleden op dat specifieke onderwerp leven. Bij een lang(er) lopend onderzoek kunnen we tussentijds een stand van zaken geven. Door op deze manier te werken gaat het contact met de staten niet verloren, nadat zij in kennis zijn gesteld van het feit dat de rekenkamer met een onderzoek start. Hierover zullen wij per onderzoek procedureafspraken maken in de programmaraad.