Jaarverslag 2016

Voor de Rekenkamer Zeeland was 2016 een jaar van afscheid en nieuw begin. Eind 2015 namen onderzoekster mevrouw A.C.F. van Galen en bestuurslid de heer A.B.C. de Klerck afscheid van onze Rekenkamer. Mevrouw van Galen werd begin 2016 opgevolgd door de heer A. Maas en ons bestuur kwam weer op sterkte met de komst van mevrouw R.A. de Visser.

Begin 2016 kondigde de voorzitter van de Rekenkamer, de heer P. Castenmiller aan dat hij op 31 december 2016 wilde gaan stoppen. Hij is twaalf jaar verbonden geweest aan de Rekenkamer Zeeland. Naar aanleiding daarvan heeft Provinciale Staten van Zeeland besloten ons zittende bestuurslid, de heer C.M. de Graaf te benoemen als voorzitter. De heer H.J.W. Verdellen maakte vanaf januari ons bestuur weer compleet.

Onze secretaris van het eerste uur mevrouw M. Blommaert, besloot in 2016 dat zij toe was aan een nieuwe uitdaging. De sollicitatieprocedure die wij naar aanleiding van haar vertrek voerden leverde op dat begin 2017 de heer. A. Maas doorschoof naar de functie van Secretaris-Onderzoeker. De heer M.L.M. Dobbelaer komt per 1 april 2017 in de plaats van de heer Maas als onderzoeker in dienst van onze Rekenkamer.

Wij zijn er van overtuigd dat zowel het bestuur als het bureau van onze Rekenkamer nu weer op sterkte is. Wel maakten de diverse personele en bestuurlijke veranderingen de opstart- en doorlooptijd van onze onderzoeken langer dan normaal.

Onze primaire taak is het uitvoeren van onderzoeken die Provinciale Staten mede in staat stellen hun controlerende en kaderstellende taken uit te voeren.

In 2016 hebben wij twee onderzoeksrapporten gepresenteerd:

  • Vrijkomende agrarische bebouwing in Zeeland tot 2030

Samen met onderzoekers van Kadaster en Alterra en provinciale beleidsspecialisten heeft de Rekenkamer Zeeland de problematiek van vrijkomende agrarische bebouwing voor Zeeland in kaart gebracht. Dit onderzoek was sterk gericht op de toekomst. Met de beschrijving van dit thema plaatsten wij de problematiek van de vrijkomende agrarische bebouwing op de regionale politieke agenda.

  • Opdrachtgeverschap BRZO beschouwd

Wij voerden dit onderzoek tegelijkertijd, en deels ook samen uit met de andere Provinciale Rekenkamers. Wij richtten ons daarbij op de wijze waarop het Provinciale opdrachtgeverschap voor de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving in Zeeland is vormgegeven. De provincie, de DCMR (Milieudienst Rijnmond, een van de zes gespecialiseerde BRZO-omgevingsdiensten) en de RUD-Zeeland zijn de belangrijke spelers op dit terrein. In het rapport wordt beschreven hoe de onderscheiden verantwoordelijkheden in Zeeland vormgegeven zijn.

In ons onderzoeksplan voor 2016 stonden twee onderzoeken die niet zijn uitgevoerd. Deze onderwerpen blijven wel staan op onze groslijst van onderzoeksonderwerpen. Mogelijk zullen wij op termijn alsnog onderzoek naar deze onderwerpen doen.

Het ging om de volgende onderzoeken:

  • Openbaar Vervoer

In 2016 heeft Gedeputeerde Staten van Zeeland zelf opdracht gegeven voor een zeer uitgebreid onderzoek naar het OV in Zeeland. Wij konden aan de hand van de onderzoeksopzet van GS vaststellen dat dit een zeer gedegen onderzoek was. Wij hebben daarom besloten dat een parallel onderzoek door onze Rekenkamer hier weinig waarde aan zou toevoegen.

  • Kustvisie Provincie Zeeland

In 2016 werd, in opdracht van Gedeputeerde Staten, door de ambtelijke organisatie gewerkt aan een nieuwe Kustvisie. Daarnaast speelden er ook landelijke ontwikkelingen. Wij hebben daarom besloten dat een onderzoek door onze Rekenkamer op dat moment niet opportuun zou zijn.

In de begroting 2016 van de Provincie Zeeland werd voor de Rekenkamer een totaal budget van € 283.626 beschikbaar gesteld. Van dit budget werd € 236.446 besteed in 2016. De resterende € 47.180 valt vrij in het Provinciale jaarrekeningsaldo.

Als gevolg van de aangegeven personele mutaties kon een voorgenomen uitbesteding in 2016 niet doorgaan. Dit onderzoek voeren we nu in 2017 uit. Via het bestedingsvoorstel bij de Provinciale Jaarrekening 2016 hebben we daarom gevraagd om eenmalig een bedrag van € 30.000 te over te hevelen naar 2017.